IBM WebSphere Portal, Versie 8.0

Woordenlijst

Deze verklarende woordenlijst bevat definities voor IBM® WebSphere Portal.

In deze woordenlijst worden de volgende verwijzingen gebruikt:
  1. Zie verwijst de lezer van de term naar een synoniem, of van een acroniem of afkorting naar de volledige vorm.
  2. Zie ook verwijst de lezer naar een verwante of contrasterende term.

Verklarende woordenlijsten voor andere IBM-producten vindt u op www.ibm.com/software/globalization/terminology.

A B C D E F G H I J LMNOPRSDUVW

A

toegangsbesturing

Binnen computerbeveiliging is dit het proces dat moet garanderen dat gebruikers uitsluitend toegang krijgen tot die resources van een computersysteem waarvoor die gebruiker is gemachtigd.

aggregatie

Het gestructureerd verzamelen van gegevensobjecten om deze vervolgens te presenteren binnen een portal.

Ajax

Een ontwerpbenadering en een set technieken voor het afleveren van Rich Internet Applications (RIA's) met behulp van open webindelingen, zoals HTML, CSS en JavaScript; en weergave met behulp van een browserengine.

Ajax-portlet

Een normale portlet voor de serverzijde die gebruikmaakt van grote hoeveelheden JavaScript en Ajax-technologie, en minder Java- en Java-serverpagina's.

anonieme gebruiker

Een gebruiker die geen geldige combinatie van gebruikers-ID en wachtwoord om zich aan te melden bij een site.

applet

Een programma dat een specifieke taak uitvoert en dat gewoonlijk overdraagbaar is tussen verschillende besturingssystemen. Applets zijn vaak geschreven in Java en kunnen worden gedownload van internet. Ze werken in een webbrowser.

toepassingenserver

Een serverprogramma in een gedistribueerd netwerk dat de verwerkingsomgevingsomgeving vormt voor een toepassingsprogramma.

Asynchronous JavaScript and XML

Zie Ajax.

geverifieerde gebruiker

Een portalgebruiker die zich met een geldige account (gebruikers-ID en wachtwoord) heeft aangemeld bij de portal. Geverifieerde gebruiker hebben toegang tot alle openbare ruimten.

verificatie

Een beveiligingsservice die bewijs verschaft dat een gebruiker van een computersysteem daadwerkelijk de persoon is die hij of zij beweert te zijn. Gangbare mechanismen voor het implementeren van deze service zijn wachtwoorden en digitale handtekeningen. Verificatie is niet hetzelfde als machtiging (autorisatie); verificatie heeft niet te maken met het verlenen of weigeren van toegang tot systeemresource.

machtiging

Het proces waarbij een gebruiker, systeem of proces beperkte of volledige toegang wordt verleend tot een object, resource of functie.

B

B2B

B2C

B2E

bind uitvoeren

Het tot stand brengen van een verbinding tussen softwarecomponenten op een netwerk met behulp van een onderling overeengekomen protocol. Binnen webservices wordt er een bind uitgevoerd wanneer de aanvrager van de service tijdens runtime een interactie met de service aanroept of initieert en daarbij voor het opsporen, contact leggen en aanroepen van de service gebruikmaakt van de bindingdetails in de servicebeschrijving.

bladwijzer

Een aanpasbare, grafische link naar databases, views, documenten, webpagina's en nieuwsgroepen.

business-to-business (B2B)

Heeft betrekking op internettoepassingen die informatie uitwisselen of transacties uitvoeren tussen verschillende bedrijven.

business-to-consumer (B2C)

Heeft betrekking op een subset van internettoepassingen die informatie uitwisselen of transacties uitvoeren tussen bedrijven en consumenten.

business-to-employee (B2E)

Een business model dat elektronische communicatie tussen een bedrijf en de werknemers van dat bedrijf ondersteunt.

C

CA

kaart

WML-document dat de gebruikersinterface en de navigatie-instellingen bevat om content weer te geven op mobiele apparatuur.

cascading style sheet (CSS)

Een bestand dat een hiërarchische set stijlregels bevat waarmee de weergave van HTML- of XML-bestanden in browsers of viewers en op afdrukken wordt bestuurd.

certificaatgever (certificate authority, CA)

Een betrouwbare derde (organisatie of bedrijf) dat digitale certificaten uitgeeft. De certificaatgever controleert gewoonlijk de identiteit van de personen aan wie het unieke certificaat wordt verstrekt.

Client Side Aggregation (CSA)

Aggregatie op basis van JavaScript- XSLT-transformaties die worden uitgevoerd op de client.

cloudtoepassing

Een toepassing die is uitgebreid om toegankelijk te zijn via internet. Cloudtoepassingen maken gebruik van grote datacentra en krachtige servers waarop webtoepassingen en webservices worden gehost.

cloud computing

Een computerplatform waarop gebruikers toegang kunnen hebben tot toepassingen of computerresources, als services, vanaf een willekeurige plaats via aangesloten apparaten. Een vereenvoudigde gebruikersinterface en Application Programming Interface (API) vormen de infrastructuur die dergelijke services ondersteunt op een wijze die transparant is voor gebruikers.

samenwerking

De mogelijkheid om klanten, werknemers of business partners te verbinden met mensen en processen in een bedrijf of organisatie, teneinde verbeterde besluitvorming mogelijk te maken. Samenwerking behelst twee of meer personen met complementaire skills die in onderlinge interactie een bedrijfprobleem proberen op te lossen.

samenwerkingscomponenten

UI-neutrale API-methoden en tagbibliotheken die het voor ontwikkelaars mogelijk maken om samenwerkingsfuncties van IBM Lotus op te nemen in hun portlets.

samenwerkingsfiltering

Personalisatietechnologie die de gelijkenis van verschillende gebruikers berekent op basis van het gedrag van een aantal andere mensen en die de aldus verkregen informatie gebruikt voor het doen van aanbevelingen ten aanzien van de actieve gebruiker.

samenwerkingsportal

Een sterk op de persoon toegespitst desktop-naar-internet-tool, bedoeld voor specifieke doelgroepen en community's van gebruikers, dat informatie, toepassingen en services ordent, voor het effectief opbouwen van een community op bedrijfsniveau en voor persoonlijk gebruik door personen.

concrete portlet

Een logische representatie van een portletobject dat zich onderscheid door een unieke configuratieparameter (PortletSettings).

verifieerbare methoden

Confirmable methods. Interfacemethoden die aanwezig zijn op elke aanpasbare interface van een portalresource en die gebruikers in staat stellen te bepalen of het al dan niet mogelijk is om aanpassingen uit te voeren.

connector

Een servlet dat een portlet toegang verschaft tot externe contentbronnen, zoals een nieuwsfeed van een website of een lokale televisiezender.

consumentenportal

Een portal die gebruik maakt van de portlets die beschikbaar zijn in een producentportal.

contentitem

Webpaginacontent die is opgeslagen in de vorm van elementen, equivalent aan een webpagina op een traditionele website. De vormgeving en werking van een contentitem hangt bij weergave in een website af van de authoringsjabloon die is gebruikt om het contentitem te maken en van de presentatiesjabloon die wordt gebruikt om de content weer te geven.

contentbeheer

Software die bedoeld is om bedrijven te helpen hun content uit verschillende bronnen te beheren en te distribueren.

contentpartner

contentprovider

Een bron van content die in de vorm van een portlet kan worden opgenomen in een portalpagina.

controller

Een aanpasbare instance van een portalmodel waarmee de topologie van het model kan worden aangepast, resources kunnen worden gemaakt en gewist en aanpasbare instances van bestaande resources kunnen worden gemaakt.

coöperatieve portlets

Twee of meer portlets op dezelfde webpagina die met elkaar in interactie staan door middel van het uitwisselen van informatie.

aanmaakcontext

Een context die de onveranderlijke eigenschappen definieert van een resource die u kunt maken.

CSS

D

DB2

Een groep gelicentieerde IBM-programma's voor het beheer van relationele databases.

deck

Een XML-document dat een verzameling WML-kaarten bevat.

standaard portalpagina

De pagina die voor een gebruiker wordt afgebeeld na de eerste ingebruikname van de portal en voordat die gebruiker zich heeft ingeschreven. Wordt soms gebruikt als synoniem voor homepage.

standaard openbare ruimte

Een ruimte waarvan alle portalgebruikers standaard lid zijn en die in de selector Ruimten van elke gebruiker staat. Een gebruiker is altijd lid van deze ruimte.

afgeleide pagina

Eén of meer onderliggende pagina's die een gemeenschappelijke indeling hebben die wordt overgenomen uit de eigenschappen van de bovenliggende pagina.

Differential Page Rendering (DPR)

Weergave van uitsluitend díe delen van een portalpagina die zijn gewijzigd op basis van interactie met de gebruiker.

document type definition (DTD)

De regels waarin de structuur voor een bepaalde klasse van SGML- of XML-documenten wordt vastgelegd. De DTD definieert de structuur met behulp van elementen, kenmerken en notaties, en bevat voorwaarden voor het gebruik van deze elementen, kenmerken en notaties binnen de desbetreffende klasse van documenten.

DTD

dynamische layout

Standaard portallayout die bestaat uit rijen of kolommen en die wordt opgeslagen in de database.

E

ECM

ingebedde statische pagina

Een statische pagina die wordt weergegeven in het contentgebied van de portal.

inschrijving

Het proces van het invoeren en opslaan van informatie over een gebruiker of gebruikersgroep in een portal.

Enterprise Content Management (ECM)

Software en tools die bedoeld zijn om bedrijven in staat te stellen content en documenten te beheren, bedrijfsprocessen te optimaliseren en compliantie met een geïntegreerde infrastructuur mogelijk te maken.

Enterprise Information Portal

Door IBM ontwikkelde software die de tools bevat voor geavanceerd zoeken en het aanpassen en samenvatten van content.

Extensible Markup Language (XML)

Een standaard metataal voor het definiëren van markup-talen, gebaseerd op Standard Generalized Markup Language (SGML).

Extensible Stylesheet Language (XSL)

Een taal waarmee stijlbladen voor XML-documenten worden opgegeven. Extensible Stylesheet Language Transformation (XSLT) wordt in combinatie met XSL gebruikt om te beschrijven op welke manier een XML-document moet worden omgezet in een ander document.

F

federatief zoeken

Een zoekvoorziening die het mogelijk maakt om via meerdere zoekservices tegelijk te zoeken en die een geconsolideerde lijst van zoekresultaten oplevert.

G

groep

  1. Een verzameling gebruikers die allemaal dezelfde toegangsmachtiging voor beschermde resources hebben.
  2. Binnen ruimten: twee of meer mensen van wie het lidmaatschap van de ruimte gegroepeerd is.

governance

De besluitvormingsprocessen in het bestuur van een organisatie. De rechten en verantwoordelijkheden van deze processen zijn gewoonlijk verdeeld over de deelnemers aan organisatie, met name het management en de stakeholders.

governancelevenscyclus

Een levenscyclus die de statussen en overgangen aangeeft die bestaan binnen een SOA-implementatie.

governanceproces

Een proces dat moet garanderen dat de compliantietechnische en operationele beleidslijnen worden gehandhaafd en dat wijzigingen plaatsvinden op een gecontroleerde manier en met de juiste bevoegdheden, zoals voorzien in het bedrijfsontwerp.

H

helperbestand

Een eigenschappenbestand dat bij WebSphere Portal wordt geleverd om te garanderen dat de gebruikers de juiste informatie opgeven, zoals vereist om de verschillende soorten configuratietaken uit te voeren, bijvoorbeeld het configureren van een LDAP-gebruikersregister of een databasegebruikersregister.

homepage

De webpagina binnen een portal die op het hoogste niveau staat.

HTML

HTTP

HTTP over SSL (HTTPS)

Een internetprotocol voor veilige transacties waarmee de pagina-aanvragen van gebruikers en de door de webserver teruggestuurde pagina's worden versleuteld en gedecodeerd.

HTTPS

Hypertext Markup Language (HTML)

Een markup-taal die in overeenstemming is met de SGML-standaard (Standard Generalized Markup Language) en die is ontworpen ter ondersteuning van het online afbeelden van tekstuele en grafische informatie die hyperlinks bevat.

Hypertext Transfer Protocol (HTTP)

Een internetprotocol dat wordt gebruikt voor het verzenden en afbeelden van hypertext- en XML-documenten op internet.

I

i-mode

Een internetservice voor draadloze apparatuur.

IBM content partner (content partner)

Een IBM-partner die syndicatieve content voor portals levert.

integriteit

Binnen computerbeveiliging is dit de garantie dat de informatie die op een bestemming aankomt, gelijk is aan de informatie die is verstuurd.

iwidget

Een open-source specificatie die het naadloze compatibiliteit van diverse platforms en producten mogelijk maakt.

J

JavaScript

Een webscriptinglanguage die zowel in browsers als op webservers wordt gebruikt. (Sun)

JavaScript Object Notation

Een lichte indeling voor gegevensuitwisseling, gebaseerd op de objectliteraalnotatie van JavaScript. JSON is onafhankelijk van de programmeertaal maar maakt gebruik van afspraken uit de talen C, C++, C#, Java, JavaScript, Perl, Python.

Jetspeed

De open-source portal die deel uitmaakt van het Jakarta-project van Apache.

L

label

Een knooppunt in een portal dat geen content kan bevatten, maar wel andere knooppunten. Labels worden hoofdzakelijk gebruikt voor het groeperen van knooppunten in de navigatiestructuur.

lazy toepassing

Een toepassing waarvan de initialisatie pas plaatsvindt bij het eerste gebruik.

LDAP

LDAP-directory

Een type repository waarin informatie wordt opgeslagen over mensen, organisaties en andere resources en die toegankelijk is met behulp van het LDAP-protocol. De vermeldingen in de repository zijn hiërarchisch geordend en in bepaalde gevallen weerspiegelt de hiërarchische structuur de structuur of geografische verspreiding van de organisatie.

light-werkstand

Een werkstand waarin de snelheid van de portal in een productieomgeving wordt verhoogd doordat de opstarttijd wordt verkort en het geheugengebruik wordt verminderd.

LDAP (Lightweight Directory Access Protocol)

Een open protocol dat met behulp van TCP/IP toegang biedt tot directory's (adresboeken) die een X.500-model ondersteunen en dat niet zulke hoge eisen aan de resource stelt als het complexere X.500 Directory Access Protocol (DAP). LDAP kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het opzoeken van mensen, organisaties en andere resources in een internet- of intranetadresboek.

belastingsverdeling

Het bewaken van toepassingenservers en het beheren van de werkbelasting op servers. Als een bepaalde server zijn werkbelasting overschrijdt, worden opdrachten doorgestuurd naar een andere server die meer capaciteit beschikbaar heeft.

M

verplichte ruimte

Een gemeenschappelijke ruimte, hetzij een openbare ruimte, hetzij een beperkt toegankelijke ruimte, waarvan alle portalgebruikers lid moeten zijn. Alleen portalbeheerders kunnen een gemeenschappelijke ruimte aanmerken als een verplichte ruimte. Omdat het lidmaatschap automatisch wordt verleend en verplicht is, kunnen portalgebruikers zich niet in- of uitschrijven voor verplichte ruimten.

lidmaatschap

De status om gebruiker van een portal en lid van een ruimte te zijn. Lidmaatschap van de portal wordt door de beheerder bestuurd tijdens de installatie en setup van portalservers. Lidmaatschap van ruimte wordt bestuurd door een ruimtebeheerder, die het toegangsniveau voor elk lid bepaalt: deelnemer, ruimteontwerper of ruimtemanager.

mashup

Een grafische interface die is uitgerust met twee of meer herbruikbare webtoepassingen (widgets) die ogenschijnlijk ongelijksoortige gegevens voor een specifiek doel presenteren in een begrijpelijke combinatie.

metazoekopdracht

Een zoekopdracht op een of meer zoekmachines. Een metazoekmachine beschikt over een betekenisvolle subset van zoekfuncties via een abstractielaag die algemeen genoeg is om een veelheid aan zoekservices te ondersteunen.

messaging

Een methode voor communicatie tussen programma's. Messaging kan synchroon zijn, of onafhankelijk van de tijd.

middleware

Software die fungeert als tussenlaag tussen verschillende toepassingen of tussen client en server. Middleware wordt meestal gebruikt ter ondersteuning van complexe, gedistribueerde toepassingen in heterogene omgevingen.

Model View Controller (MVC)

Een softwarearchitectuur die de componenten scheidt van de toepassing: het model vertegenwoordigt de bedrijfslogica of gegevens, de view vertegenwoordigt de gebruikersinterface en de controller beheert de invoer van de gebruikers of, in bepaalde gevallen, de toepassingsstroom.

modifiable

Een interface voor het aanpassen van portalresources die in het Alleen Lezen-model aanwezig zijn.

MVC

N

News Industry Text Format (NITF)

Een op XML gebaseerde indeling die de structuur en content van nieuwsartikelen bepaalt.

News Markup Language (NewsML)

Een op XML gebaseerde indeling voor het publiceren van nieuws-gerelateerde informatie.

NewsML

NITF

knooppunt

Een logische groep met beheerde servers.

O

OCS-channel

Open Content Syndication-channel (OCS-channel)

Een op XML gebaseerde indeling voor het syndiceren van content.

P

pagina

Een knooppunt in een portal dat naast, labels en andere pagina's, content kan bevatten. Pagina's kunnen onderliggende pagina's, kolomcontainers, rijcontainers en portlets hebben.

deelnemer

Een lid van een portalruimte die de desbetreffende ruimte kan bezoeken en gebruiken. Standaard zijn alle portalgebruikers deelnemers aan openbare ruimten.

bereikbaarheid van personen

De samenwerkingsfunctie die toegang biedt tot mensen in een wisselende context. Bereikbaarheid van personen (people awareness) toont u verwijzingen naar personen en biedt u de mogelijkheid om contact met personen op te nemen via de online-statusindicator van Sametime. Binnen de hele portal geldt dat, wanneer u de naam van een persoon ziet, u de online-status van die persoon kunt zien, e-mail kunt verzenden, een chat kunt starten, of een toepassing kunt uitwisselen via een elektronische vergadering.

personenzoeker

Een portlet die gebruikers in staat stelt om personen binnen hun organisatie te zoeken, informatie over die personen op te roepen en contact met hen op te nemen. De beheerder kan Personenzoeker zodanig configureren dat er specifieke gegevens worden afgebeeld, zoals e-mailadres, functie en locatie.

persoon

Iemand die door de portal is geverifieerd en die een persoonsrecord heeft in een of meer bedrijfsadresboeken. Personen kunnen lid zijn van ruimten, openbare groepen binnen het bedrijfsadresboek van de organisatie of persoonlijke groepen die door een gebruiker zijn gedefinieerd.

persoonskaart

Een interface waarin informatie zichtbaar is over een geregistreerde gebruiker, zoals telefoonnummer en online-status (als Sametime ingeschakeld is) en extra gegevens die meestal te vinden zijn op een visitekaartje. Er zijn acties beschikbaar om het volledige profiel van de persoon in kwestie te bekijken en om, afhankelijk van de configuratie van de portal, e-mail te verzenden, te chatten en links naar functies van Lotus Connections te volgen, zoals Community's, Activiteiten en Blogs.

personenlink

Een verwijzing naar de naam van een persoon of een groep die verschijnt met de online-statusindicator van Sametime. De verwijzing maakt het onder meer mogelijk om te zien of de persoon in kwestie online is, om een e-mail te sturen, een chat te beginnen of een toepassing uit te wisselen middels een elektronische vergadering.

persoonlijke groep

Binnen Sametime Connect is dit een groep mensen die door de gebruiker is aangemerkt als een groep. De gebruiker kan personen kiezen uit het openbare adresboek (openbare groep) en persoonlijke groepen maken, welke dan lokaal worden opgeslagen. De gebruiker kan mensen aan de persoonlijke groep toevoegen of ze eruit verwijderen, dit in tegenstelling tot het lidmaatschap van de openbare groep, dat wordt gedefinieerd door de eigenaar van het openbare adresboek.

personalisatie

Het proces waarbij informatie geschikt wordt gemaakt om, op basis van bedrijfsregels en informatie uit gebruikersprofielen, gericht te zijn op specifieke gebruikers.

pervasive computing

Het gebruik van een computerinfrastructuur die ondersteuning biet aan informatiemiddelen van waaruit gebruikers toegang hebben tot een brede scala aan netwerkservices, waaronder e-commerceservices op internet.

ruimteontwerper

Een lid van een ruimte die de layout en de bladwijzers van de ruimte kan bewerken.

ruimtemanager

Een lid van een ruimte die het lidmaatschap, de layout en de bladwijzers van de ruimte kan bewerken.

ruimtelid

Een persoon of groep die zich heeft aangesloten bij een ruimte of aan wie toegang tot een ruimte is verleend. Ruimteleden kunnen op drie niveaus toegang tot de ruimte hebben: manager, ontwerper en deelnemer.

ruimtesjabloon

Een indeling die wordt gebruikt bij het maken van een ruimte. De portal kent een set standaardsjablonen voor het maken van diverse soorten ruimten. Portalbeheerders kunnen gebruikers machtigen om sjablonen te maken, te wijzigen en te wissen.

beleid

Een set regels en acties die moeten worden uitgevoerd wanneer er zich in een omgeving bepaalde gebeurtenissen voordoen of wanneer er een bepaalde status optreedt. Het beleid wordt geïmplementeerd met behulp van de IPL.

poort

Een eindpunt voor de communicatie tussen toepassingen, gewoonlijk met betrekking tot een logische verbinding. Een poort kent wachtrijen voor het verzenden en ontvangen van gegevens. Ter identificatie heeft elke poort een poortnummer.

poorttype

Een element in een WSDL-document (Web Services Description Language) dat bestaat uit een set abstracte bewerkingen, die elk verwijzen naar invoer- en uitvoerberichten die worden ondersteund door de webservice.

portal

Een enkel, beveiligd toegangspunt tot gevarieerde informatie, toepassingen en mensen, dat aangepast en gepersonaliseerd kan worden.

portalbeheer

De ruimte waar portalbeheerders de elementaire machtigingen voor samenwerking instellen en onderhouden, de records voor ruimten en het lidmaatschap daarvan en de serverinstellingen voor verwante producten, ten behoeve van geavanceerde samenwerking.

portalartefacten

Opgeslagen in het bestandssysteem van de portal. Alle deliverables van softwareontwikkeling zijn in principe artefacten (ook wel softwarecomponenten genoemd).

portalconfiguratie

De Portalconfiguratie wordt opgeslagen in de portalconfiguratiedatabase. De configuratie bestaat uit een aantal configuratie-entiteiten. Elke portalresource wordt in de portaldatabase vertegenwoordigd door één configuratie-entiteit.

portaluitbreidingsartefacten

Artefacten die behoren tot componenten die samen met de portal zijn geïnstalleerd maar die niet kunnen worden beschouwd als kerncomponenten van de portal.

portal farm

Een serie identiek geconfigureerde, stand-alone portalserverinstances waarmee een goed schaalbare serveromgeving met hoge beschikbaarheid kan worden onderhouden.

portallid

Een persoon of groep die een gebruikersrecord heeft in het portaladresboek (LDAP of een andere "directory") en die zich kan aanmelden bij de portal.

portaloplossingsrelease

De oplossing die wordt ontwikkeld door de klant en is gebaseerd op WebSphere Portal. De oplossing bestaat uit portalconfiguraties, portalartefacten en portaluitbreidingsartefacten en die door meerdere gebruikers gemeenschappelijk wordt gebruikt.

portalthema

Het stijlelement dat een ruimte een specifiek uiterlijk geeft. De portal beschikt over diverse thema's, vergelijkbaar met virtueel behang, waaruit u bij het maken van een ruimte kunt kiezen.

portlet

Een herbruikbare webmodule die op een portalserver draait. Portlets kennen vooraf gedefinieerde rollen, zoals het ophalen van nieuwsberichten, het doorzoeken van een databases of het weergeven van een kalender.

portlet-API

De door Java-programma's die binnen de portalserveromgeving draaien gebruikte set interfaces en methoden voor het verkrijgen van services.

portlettoepassing

Een verzameling verwante portlets die resources met elkaar kunnen uitwisselen.

portletcontainer

Een kolom of rij die wordt gebruikt voor het ordenen van de layout van een portlet of andere container op een pagina.

portletbesturing

Een instelling in het portletregister die verantwoordelijk is voor de weergave van het buitenkader van een portlet.

portletframework

De set klassen en interfaces die ondersteuning biest aan Java-programma's welke binnen de portalserveromgeving draaien.

portletpalet

Een webmodule waarmee gebruikers door de beschikbare portlets kunnen bladeren (geordend op categorie), afzonderlijke portlets kunnen opzoeken en portlets kunnen toevoegen aan een portalpagina door ze naar de gewenste plaats te slepen.

vooraf weergegeven site

Een volledige website die is opgeslagen op de schijf in HTML die kan worden gebruikt als live website en kan worden afgebeeld voor gebruikers met behulp van Web Content Manager of een webserver.

presentatiesjabloon

Een sjabloon waarmee de structuur van elke webpagina in de website wordt bepaald, en waarmee wordt bepaald welke elementen en componenten worden afgebeeld op elke pagina. HTML definieert de standaardeigenschappen en -layout van de sjabloon.

producentendefinitie

Een set met interfaces die worden gedefinieerd voor de producentportal. De definitie van de producent kan de beschrijving van de producentservice, de URL van de producentportalen de beveiligingsinstelling bevatten.

producentenportal

Een portal die portlets biedt als service, zodat consumentportals de portlets kunnen gebruiken en de portlets beschikbaar kunnen maken voor hun gebruikers.

Property Extension-database

Een database die wordt gebruikt voor de opslag van extra kenmerken die niet kunnen worden opgeslagen in het LDAP-gebruikersregister.

levering

Het proces van het instellen en onderhouden van de toegang van een gebruiker tot een systeem.

PSTN

openbare groep

Een groep personen, bekend bij alle portalgebruikers, die door de beheerder is samengesteld of die aanwezig is in het bedrijfsadresboek van een organisatie. Openbare groepen kunnen alleen worden gewijzigd en beheerd door beheerders.

openbare ruimte

Een gemeenschappelijke ruimte die open is voor alle portalgebruikers. Degene die de ruimte maakt (en die automatisch de manager van de ruimte wordt), merkt de ruimte tijdens het maken aan als een openbare ruimte.

public switched telephone network (PSTN)

Een communicatienetwerk van een telecommunicatiebedrijf dat spraak- en datacommunicatieservices verzorgt via kieslijnen.

pure server-side portlet

Een normale portlet voor de serverzijde die gebruikmaakt van Java- en Java-serverpagina's, maar meestal niet van JavaScript.

R

geregistreerde gebruiker

Een portalgebruiker die een gebruikers-ID en wachtwoord heeft om zich aan te melden bij een portal.

Representational State Transfer (REST)

Een stijl van softwarearchitectuur voor gedistribueerde hypermediasystemen zoals het World Wide Web. De term wordt vaak gebruikt voor eenvoudige interfaces die XML (of YAML, JSON, platte tekst) via HTTP gebruiken, zonder extra berichtenlaag, zoals SOAP.

REST

beperkt toegankelijke ruimte

Een gemeenschappelijke ruimte die alleen open staat voor die personen en groepen die door de maker of manager van de ruimte zijn toegevoegd aan de lidmaatschapslijst van de ruimte. Degene die de ruimte maakt (en die automatisch de manager van de ruimte wordt), merkt de ruimte tijdens het maken aan als een beperkt toegankelijke ruimte.

Rich Site Summary (RSS)

Een op XML gebaseerde indeling voor het syndiceren van internetcontent die gebaseerd is op de RSS 0.91-specificatie. De RSS XML-bestanden worden door internetgebruikers gebruikt om een abonnement te nemen op websites die RSS-feeds hebben verstrekt.

rol

Een functie die bepaalt welke taken een gebruiker kan uitvoeren en tot welke resources die gebruiker toegang heeft. Aan een enkele gebruiker kan meer dan één rol zijn toegewezen.

RSS

op regels gebaseerde personalisatie

Personalisatietechnologie maakt het mogelijk om webcontent aan te passen aan de eisen en voorkeuren van een specifieke gebruiker en aan de eisen van het bedrijf.

S

zoekcentrum

Een portlet waarmee sitegebruikers kunnen zoeken naar trefwoorden.

zoekcollecties

Een doorzoekbare collectie van documenten die een bereik hebben van meerdere contentbronnen.

zoekservice

Een service die wordt gebruikt om de configuratieparameter op te zoeken voor een zoekcollectie. Een zoekservice kan lokaal, op afstand, binnen het product of buiten het product zijn.

SecureWay Directory

Een LDAP-directory waarin gebruikers-gerelateerde gegevens kunnen worden opgeslagen, zoals het gebruikers-ID, de gebruikersnaam en wachtwoorden.

beveiliging

De bescherming van gegevens, systeemactiviteiten en apparaten tegen al dan niet opzettelijke vernietiging, beschadiging of risico's.

beveiligingsbeheer

Een component die verantwoordelijk is voor het verifiëren van de aanmelding van gebruikers.

Server Side Aggregation (SSA)

Aggregatie op basis van Java-serverpagina's die op de server worden uitgevoerd.

service

Binnen een Service-Oriented Architecture (SOA) is dit een werkeenheid die tot stand is gebracht middels een interactie tussen computerapparatuur.

servicebeschrijving

De beschrijving van een webservice. Deze kan worden gedefinieerd in elke willekeurige indeling, zoals WSDL, UDDI en HTML.

serviceprovider

Een bedrijf of programma dat een bedrijfsfunctie levert in de vorm van een service.

servicerequester

De toepassing die het initiatief neemt voor een interactie met een webserver. De servicerequester bindt zichzelf aan de service met behulp van de gepubliceerde informatie en roept de service aan.

Service-Oriented Architecture (SOA)

Een conceptuele beschrijving van de structuur van een softwaresysteem in termen van de componenten daarvan en de services die door die componenten worden verleend, zonder te letten op de onderliggende implementatie van deze componenten, services en verbindingen tussen componenten.

sessiebean

Een enterprisebean die door een client wordt gemaakt en die gewoonlijk slechts bestaat voor de duur van een enkele client/server-sessie. (Sun)

gemeenschappelijke ruimte

Een ruimte die is gemaakt voor een groep (community) van mensen met een gemeenschappelijk doel. Gemeenschappelijke ruimten kunnen openbaar of beperkt toegankelijk zijn. De maker van de ruimte (die automatisch de manager van de ruimte wordt) geeft tijdens het maken van de ruimte op of de ruimte openbaar of beperkt toegankelijk is.

Short Message Service (SMS)

Een dienst die wordt gebruikt voor het verzenden van tekst van en naar mobiele telefoons.

enkelvoudige aanmelding (SSO)

Een verificatieproces waarmee een gebruiker door het eenmalig opgeven van een gebruikers-ID en wachtwoord toegang kan krijgen tot meer dan één systeem of toepassing.

sitegebied

Een component in een websiteframework als manier om vergelijkbare contentitems te groeperen. Er kunnen verschillende sitegebieden zijn binnen één websiteframework.

siteframework

Een structuur die bestaat uit een enkele intelligente pagina of sitegebied op het hoogste niveau, waaronder andere intelligente pagina's, sitegebieden en content-items zijn opgeslagen. De hiërarchische set met intelligente pagina's en sitegebieden definiëren de navigatiestructuur van de website.

sitesjabloon

Een vooraf gebouwde voorbeeldsite die kan worden gebruikt voor het stroomlijnen van het ontwikkelproces voor aangepaste portals.

SMS

bronportlet

De portlet die de informatie naar de andere portlets zendt.

SSO

staging

Het proces van het verplaatsen van de release van ontwikkeling naar productie.

standalone statische pagina

Een statische pagina waarop de volledige content van de browser wordt afgebeeld.

statische pagina

Een portalpagina die verwijst naar een statische layout.

statische layout

De layout van een pagina die gebaseerd is op een normale ("plain") HTML-pagina die verwijzingen naar portlets kan bevatten.

abonneren

Zich registreren om toegang te krijgen tot gegevens die door een andere toepassing of een ander systeem zijn gegenereerd.

abonnee

De consument van een bedrijfsservice.

D

TAI

doelportlet

De portlet die de informatie van de bronportlet ontvangt.

sjabloonbibliotheek

De database, bekend als de Portal Template Catalog, waarin sjabloonspecificaties en portletformulieren, subformulieren en profielen worden opgeslagen.

thema

Het stijlelement dat een ruimte een specifiek uiterlijk geeft. De portal beschikt over diverse thema's, vergelijkbaar met virtueel behang, waaruit u bij het maken van een ruimte kunt kiezen.

transcoderingstechnologie

Aanpassing van content om tegemoet te komen aan de specifieke mogelijkheden van een clientapparaat.

transport

Het proces of protocolmechanisme van het overbrengen van een XML-bericht of -document tussen verschillende partijen in het kader van een betekenisvolle, betrouwbare uitwisseling. De meest algemene transporten voor webservices zijn SOAP/HTTP, SOAP/HTTPs en SOAP/JMS.

Trust Association Interceptor (TAI)

Het mechanisme waarmee het vertrouwen in de productomgeving wordt gecontroleerd voor elke aanvraag die door de proxyserver wordt ontvangen. De validatiemethode wordt door de proxyserver en de interceptor onderling overeengekomen.

U

Uniform Resource Identifier (URI)

Een uniek adres dat wordt gebruikt om content op internet aan te geven, bijvoorbeeld een pagina tekst, een video- of audioclip, een stilstaande of bewegende afbeelding, of een programma. De meest gangbare vorm van URI is het adres van een webpagina. Dit is een specifieke vorm of subset van de URI die de Uniform Resource Locator (URL) wordt genoemd. Een URI beschrijft gewoonlijk hoe de resource kan worden benaderd, op welke de resource zich bevindt en wat de naam van de resource (een bestandsnaam) op de computer is.

Uniform Resource Locator (URL)

Het unieke adres van een informatieresource die beschikbaar is in een netwerk, zoals internet. De URL bestaat uit de afgekorte naam van het protocol dat wordt gebruikt om de informatieresource te benaderen en de informatie die door het protocol wordt gebruikt om de informatieresource op te sporen.

Universal Description, Discovery, and Integration (UDDI)

Een set op standaarden gebaseerde specificaties waarmee bedrijven en toepassingen snel en gemakkelijk webservices kunnen opzoeken en gebruiken via internet. Zie ook webservice.

URI

Zie Uniform Resource Identifier.

URL

Zie Uniform Resource Locator.

gebruikersgroep

Een uit een of meer gedefinieerde individuele gebruikers bestaande groep, aangegeven met een enkele groepsnaam.

V

W

W3C

WAP

WAR

WAR-bestand

webarchief (WAR)

Een gecomprimeerde bestandsindeling, gedefinieerd door de Java EE-standaard, voor het in een enkel bestand opslaan van alle resources die vereist zijn om een webtoepassing te installeren en uit te voeren.

webcontentbibliotheek

Een bibliotheek waarin items worden opgeslagen die zijn vereist voor het afbeelden of maken van webcontent, zoals werkstroomitems, een authoringsjabloon, een presentatiesjabloon, sitegebieden en content-items. De meeste systemen hebben ten minste twee webcontentbibliotheken, een voor ontwerpitems en een voor webcontent.

webcrawler

Een type crawler dat internet verkent door het ophalen een webdocument en het volgen van de links in dat document.

webservice

Een op zichzelf staande, zichzelf beschrijvende modulaire toepassing die via het netwerk, met behulp van standaardnetwerkprotocollen, kan worden gepubliceerd, opgespoord en aangeroepen. Gewoonlijk wordt XML gebruikt om de gegevens te voorzien van tags, word SOAP gebruikt om de gegevens over te brengen, wordt WSDL gebruikt om de beschikbare services te beschrijven en word UDDI gebruikt om op te sommen welke services er beschikbaar zijn. Zie ook SOAP, Web Services Description Language.

eindpunt van webservice

Een entiteit die de bestemming voor webserviceberichten vormt. Een eindpunt van een webservice heeft een URI-adres (Uniform Resource Identifier) en wordt beschreven met behulp van een WSDL-poortelement (Web Service Definition Language).

webserviceinterface

Een groep bewerkingen die wordt beschreven met behulp van de content van een WSDL 1.1-poortelement (Web Service Definition Language). Deze bewerkingen kunnen toegang bieden tot de eigenschappen en metagegevens van resources. (OASIS)

webservicesemantiek (WSDL-S)

Een technische specificatie met de definitie van een mechanisme om semantische annotaties te koppelen aan webservices die worden beschreven met behulp van WSDL (web Service Description Language).

Web Services Description Language (WSDL)

Een op XML gebaseerde specificatie voor het beschrijven van netwerkservices als een groep eindpunten voor berichten die ofwel document-gerichte, ofwel procedure-gerichte informatie bevatten. Zie ook webservice.

Web Services Interoperability (WSI) organisatie

Een open brancheorganisatie die de compatibiliteit op meerdere platforms, besturingssystemen en programmeertalen stimuleert.

Web Services Policy Framework (WS-Policy)

Een model en framework voor het beschrijven van de mogelijkheden, vereisten en algemene kenmerken van een webservice als een beleidsbevestiging of een verzameling beleidsbevestigingen.

Web Services Resource Framework (WSRF)

De set specificaties waarmee de specifieke weergave van een Web Services Resource (WS-Resource) is vastgelegd, alsmede de koppeling van die resource met de webserviceinterface en de berichten die het doorzoeken en bijwerken van de eigenschappen van die resource beschrijven.

widget

Een grafische interface die is uitgerust met twee of meer herbruikbare webtoepassingen (widgets) die ogenschijnlijk ongelijksoortige gegevens voor een specifiek doel presenteren in een begrijpelijke combinatie.

wire

De verbinding die het mogelijk maakt dat twee of meer componenten of coöperatieve portlets met elkaar samenwerken. Binnen een toepassing geven wires doelservices aan. Bij portlets zorgen wijzigingen in de bronportlet ervoor dat de doelportlets automatisch worden bijgewerkt.

Wireless Application Protocol (WAP)

Een open industriestandaard voor mobiele internettoegang waarmee mobiele gebruikers met draadloze apparatuur gemakkelijk en onmiddellijk toegang kunnen krijgen tot, en kunnen werken met, informatie en diensten.

Wireless Markup Language (WML)

Een op XML gebaseerde markuptaal die wordt gebruikt om content en gebruikersinterfaces te presenteren voor draadloze apparatuur, zoals mobiele telefoons, pagers en PDA's.

werkstroom

De opeenvolging van activiteiten die worden uitgevoerd conform de bedrijfsprocessen van een organisatie.

World Wide Web Consortium (W3C)

Een internationaal industrieconsortium dat in het leven is geroepen voor het ontwikkelen van protocollen waarmee de ontwikkeling en compatibiliteit van het World Wide Web wordt gestimuleerd.

WML

WSDL

WSDL-S

WSI

WSRF

X

XML

XSL


Bibliotheek | Ondersteuning | Gebruiksvoorwaarden |

Laatst bijgewerkt: mei 2012 EST

Copyright IBM Corporation 2000, 2012.